Toen ik in 2016 begon in de energietransitie, voelde het alsof ik mocht instappen in een project dat groter was dan ik kon bevatten. Parijs lag vers in het geheugen, de Nederlandse Klimaatwet gaf richting en er hing optimisme in de lucht. Duurzaamheid was niet alleen noodzakelijk, maar ook hoopvol: schonere energie, slimme technologie en een economie die zichzelf opnieuw zou uitvinden. Voor mij was het een droom om daaraan mee te bouwen. En eerlijk is eerlijk: in die begintijd had de energietransitie ook iets aanstekelijks. Zonnepanelen-apps waarop early adopters hun opbrengsten konden showen, warmtepompen met stoere COP’s, kekke thuisbatterijen — liefst Tesla — en natuurlijk snelle EV’s, ook liefst Tesla. Het was pionieren, met nieuwsgierigheid, energie en een flinke dosis geloof in vooruitgang.
Tien jaar later is dat geloof er nog steeds. Misschien zelfs sterker. Alleen is het veranderd van vorm. Ik geloof niet meer dat de energietransitie vanzelf vooruitgaat als de techniek goed genoeg is en de ambitie groot genoeg. Ik heb geleerd dat echte verandering pas ontstaat wanneer techniek, bestuur, geld, ruimte en mensen elkaar weten te vinden. Wat begon als een verhaal over CO₂-reductie en klimaatambitie is uitgegroeid tot een vraagstuk van energiezekerheid, betaalbaarheid, geopolitieke afhankelijkheden, economische weerbaarheid en maatschappelijk draagvlak. Dat maakt de opgave niet minder inspirerend. Het maakt haar echter.
De ambitie van toen bracht mij op weg. Het realisme van nu helpt mij om vol te houden. Want wie langer aan deze transitie werkt, ontdekt dat vooruitgang zelden rechtlijnig is. Soms gaat het snel en voel je dat alles samenkomt. Soms schuurt het, vertraagt het en lijkt iedere oplossing weer een nieuw vraagstuk op te roepen. Juist dan komt het erop aan om het grotere doel vast te houden.
Iedereen kijkt anders — en juist daarin zit de waarde
Dat besef werd voor mij scherp zichtbaar in De zaak Shell van Anoek Nuyens en Rebekka de Wit. Iedereen kijkt naar dezelfde energietransitie, maar ziet iets anders. De activist ziet urgentie. De bestuurder ziet uitvoerbaarheid en draagvlak. Het bedrijf ziet investeringszekerheid en concurrentiekracht. De burger voelt vooral de impact op de portemonnee, de woning en de leefomgeving. In plaats van die perspectieven als hindernis te zien, ben ik ze steeds meer gaan zien als begin van de oplossing. Het bewijst dat de energietransitie niet alleen gaat over kabels, panelen, moleculen, electronen en modellen, maar over mensen. Over vertrouwen. Over de vraag of we elkaar blijven vinden terwijl de opgave ingewikkelder wordt.
We zijn verder gekomen dan we soms denken
Tegelijk zie ik wat er wél is gelukt. Hernieuwbare energie is van niche uitgegroeid tot een bepalend onderdeel van onze energievoorziening. Zonne- en windenergie zijn goedkoper geworden, elektrisch rijden is doorgebroken en de uitstoot daalt. Wat in 2016 nog pionieren was, is inmiddels op veel plekken de nieuwe standaard. Natuurlijk: netcongestie, trage besluitvorming en ruimtelijke schaarste zijn grote problemen. Maar voor mij zijn ze ook een teken dat de transitie groot genoeg is geworden om het bestaande systeem echt te raken. Dat is ongemakkelijk, maar ook hoopvol. We zijn niet meer aan het praten over verandering; we zitten er middenin.
Weerbaarheid
De afgelopen jaren hebben mijn blik verder verbreed. De oorlog in Oekraïne, spanningen rond Iran en onze afhankelijkheid van mondiale ketens maken duidelijk hoe kwetsbaar energievoorziening kan zijn. In 2016 spraken we over afhankelijkheid van Russisch gas. In 2026 spreken we net zo goed over afhankelijkheid Chinese batterijen, zonnepanelen en kritieke grondstoffen. Dat klinkt misschien somber, maar ik zie dat als we bouwen aan een duurzaam energiesysteem waarvan de elementen ook meer en meer 'Made in Europe' zijn, we tegelijk bouwen aan meer onafhankelijkheid, meer veerkracht en meer grip op onze toekomst. Weerbaarheid is dan geen rem op de transitie, maar juist een reden om haar serieuzer te nemen.
Bredere blik, zelfde kompas
Misschien is dat voor mij de grootste les van tien jaar energietransitie: mijn blik is breder geworden, maar mijn kompas is hetzelfde gebleven. Klimaat, betaalbaarheid, leveringszekerheid, ruimte, economie en geopolitiek zijn geen losse dossiers meer. Ze grijpen in elkaar en vragen om keuzes. Niet alles kan overal, niet alles kan tegelijk en niet iedereen kan buiten schot blijven. Maar juist daarom is het zo belangrijk om het gesprek niet kleiner te maken, maar groter. Doorgaan vraagt moed: versnellen waar het kan, vertragen waar dat eerlijker is en steeds blijven zoeken naar oplossingen die mensen kunnen begrijpen, dragen en mee willen doen. Ik krijg er nog steeds energie van omdat deze transitie laat zien dat vooruitgang niet ontstaat doordat alles makkelijk is, maar doordat mensen blijven bouwen, ook als het ingewikkeld wordt.
Hoe dan wel?
Ik heb voor me zelf focus aangebracht op de punten waarmee ik aan de ene kant hoopvol en aan de andere kant praktisch en realistisch resultaat hoop te boeken:
- Taai werk: het gesprek blijven verbreden
De energietransitie slaagt niet doordat één perspectief wint. Ze slaagt wanneer overheden, bedrijven, burgers en maatschappelijke organisaties elkaar blijven opzoeken, elkaars werkelijkheid serieus nemen en samen verantwoordelijkheid dragen. Dat is soms taai werk. Maar juist in dat taaie werk zit de hoop: iedere keer dat belangen bij elkaar komen, ontstaat er ruimte om verder te komen. - Niet cool, wel cruciaal: geef energie vanaf het begin een plek bij nieuwe ontwikkelingen
Ik ben steeds meer gaan geloven dat energie niet aan het einde van een plan thuishoort, maar aan het begin. Elke nieuwe wijk, elk bedrijventerrein en iedere gebiedsontwikkeling zou moeten starten met de vraag welk energiesysteem daar past, nu én straks. Dat schuurt met natuur, mobiliteit, spelen, wonen en economische ontwikkeling. Maar als we energie vroeg meenemen, ontwerpen we niet alleen minder blokkades; we ontwerpen betere plekken om te wonen, werken en leven. - It’s the economy, stupid: maak geld onderdeel van het eerlijke gesprek Een duurzaam energiesysteem moet betaalbaar, betrouwbaar en onafhankelijk zijn. Dat vraagt investeringen van overheid, bedrijven én burgers. Daar hoort eerlijkheid bij: niet alles verdient zichzelf vanzelf terug, niet elke rekening komt altijd op het juiste bordje terecht en niet ieder belang kan volledig worden ontzien. Maar juist door daar open over te zijn, groeit hopelijk het vertrouwen. De transitie heeft geen behoefte aan mooier praten, maar aan helderheid over kosten, baten, risico’s en keuzes. Pas dan kunnen mensen echt meedoen.
Het idealisme bracht mij op weg en het realisme houdt mij bij de les. De hoop zit voor mij in iedereen die ondanks de complexiteit blijft mee bouwen aan iets beters. Want stel het lukt wél.... dan hebben we niet alleen een duurzamer energiesysteem gemaakt, maar ook bewezen dat we samen kunnen veranderen.
Hé Joris, mooie inzichten maar kun je ze ook een beetje onderbouwen? Jazeker, een kleine bloemlezing:
- UNFCCC / EUR-Lex — Overeenkomst van Parijs: juridisch bindend internationaal klimaatverdrag, aangenomen in december 2015, met als doel de opwarming ruim onder 2 °C te houden en te streven naar 1,5 °C.
- CBS — Hernieuwbare energie in Nederland: in 2025 kwam 22,7 procent van het totale energieverbruik uit hernieuwbare bronnen, tegen 20,2 procent in 2024; Nederland kende sinds 2019 de sterkste groei binnen de EU.
- CBS — Elektriciteitsproductie en uitvoer: in 2025 was hernieuwbare elektriciteit goed voor 49 procent van de totale Nederlandse elektriciteitsproductie; de productie uit hernieuwbare bronnen was bijna vijf keer zo hoog als in 2015.
- Ember — European Electricity Review 2025: in 2024 kwam 47 procent van de elektriciteit in de EU uit hernieuwbare bronnen, daalde het fossiele aandeel naar 29 procent en haalde zonne-energie voor het eerst kolen in.
- CBS — Personenauto’s met elektromotor: begin 2026 reden in Nederland ruim 2 miljoen volledig elektrische, hybride of plug-inhybride personenauto’s; ruim één op de vijf personenauto’s reed geheel of gedeeltelijk elektrisch.
- IRENA — Renewable Power Generation Costs in 2024: 91 procent van de nieuw gerealiseerde grootschalige hernieuwbare capaciteit leverde elektriciteit tegen lagere kosten dan het goedkoopste nieuwe fossiele alternatief.
- RIVM / Emissieregistratie — Greenhouse gas emissions in the Netherlands 1990–2024: in 2024 lag de Nederlandse broeikasgasuitstoot 36,3 procent lager dan in 1990.
- PBL — Klimaat- en Energieverkenning 2025: met uitgewerkt beleid per 1 januari 2025 koerst Nederland af op 45 tot 53 procent emissiereductie in 2030; de kans om het wettelijke doel van 55 procent te halen is minder dan 5 procent.
- Europese Commissie — REPowerEU: het plan werd opgezet als reactie op verstoringen op de mondiale energiemarkt na de Russische invasie van Oekraïne, met als pijlers energie besparen, energievoorziening diversifiëren en schone energie produceren.
- Congressional Research Service / EIA — Straat van Hormuz: in 2024 liep ongeveer 27 procent van de mondiale maritieme handel in ruwe olie en olieproducten en circa 20 procent van de wereldwijde LNG-handel via deze route.
- IEA — Global Critical Minerals Outlook 2025: China is de grootste raffinaderijspeler voor 19 van de 20 strategisch belangrijke mineralen, met een gemiddeld marktaandeel van ongeveer 70 procent; dit onderbouwt de kwetsbaarheid van schone energieketens door concentratie van kritieke grondstoffen en raffinagecapaciteit.
Reactie plaatsen
Reacties